30.3.09

20 jaar sedert het einde van de ‘Magda Maria’ van Paradijs

Maandagmiddag 30 maart 2009 was het precies 20 jaar geleden, dat het voormalige zendschip ‘Magda Maria’ van de kortstondige zeezender ‘Radio Paradijs’ de haven van Zeebrugge werd binnengesleept. Met deze tocht naar de scheepssloperij langs het Boudewijnkanaal werd meteen een definitief punt gezet achter de plannen van enkele Belgische zakenmensen om voor de kust van de Benelux uitzendingen te verzorgen. Het schip was in 1980 klaargestoomd voor z’n taak in het Duitse Cuxhaven en in Dublin. In de Ierse hoofdstad was alle apparatuur uit de States aan boord gebracht . De nieuwe ether vrijbuiter werd echter door pech achtervolgd. Bij het verlaten van de haven van Dublin hadden de Ierse mastenbouwers (Prendergast en Higginbottom uit de Black Pits) net het tweede deel van de mast opgezet, toen de top naar beneden kwam donderen. Net buiten de Ierse territoriale wateren dook al even onverwacht als ongewenst gezelschap op. Een Nederlandse oorlogsbodem escorteerde het zendschip "Magda Maria" het hele eind naar de Nederlandse kust. Het schip voer onder Panamese vlag. Daar had de toenmalige Panamese consul in Antwerpen, mits de nodige dollars, voor gezorgd. Alejandro, een voormalig hoofd van de geheime politie van de Panamese drugspresident Noriega, vulde zo in de schaduw van de boerentoren z'n België-waartse wegpensionering wat aan... Eerst wilde men het schip Simon Bolivar noemen, naar de grote latino vrijheidsstrijder. Maar op het Panamese consulaat had men geen gevoel voor humor. De naam werd pertinent geweigerd. Dus werd er gekozen voor "Magda Maria" naar het schip van het Zweedse Radio Nord uit de jaren 60. Het was ondertussen eind juli 1981. Terzelfdertijd werd in de Italiaanse heuvels van Camporosso bij Ventimiglia de legale tak van Radio Paradijs in stelling gebracht. Alle programma's zouden ook daar uitgezonden worden, zodat legitiem kon gefactureerd worden aan de reklameklanten...

Ter hoogte van Katwijk had men inmiddels op de Magda Maria de lassen van het speciale Flipper-Delta ingraafanker op een dekschavot doorgebrand. Even later lag het zendschip stevig vast geankerd. Terwijl nog aan de 30 kWatt FM-zender werd gesleuteld door wijlen Veronica-technicus José Van Groningen ging kort nadien de middengolfzender met proefuitzendingen op 227 meter (1107 kHz) in de lucht met enkel Nederlandstalige muziek. Politiek Nederland raakte in paniek door toedoen van de Telegraaf, die het zaakje lekker opklopte en blokletterde dat het schip met schotelantennes was uitgerust om de programmatie van-wie-weet-waar aangestraald te krijgen. Je weet wel... in die tijd was het al snel de schuld van de Russen. Op een luchtfoto hadden de krantenjongens een leeg phillystranhaspel verkeerdelijk aanzien voor een schotelantenne. Het was trouwens voor het eerst dat een high-power radiozendmast, buiten het Amerikaans leger, was getuid met peperdure phillystran. Dit maakte de porseleinen isolatoren overbodig.De reactie uit Den Haag liet niet lang op zich wachten. In de voormiddag op zaterdag 1 augustus 1981 werd het zendschip door de Nederlandse rijkspolitie en de marine geënterd. Dat gebeurde in internationale wateren en was een flagrante daad van piraterij. Een Nederlandse kok, een Nederlandse handlanger en de twee Ierse matrozen werden gearresteerd. De Jantjes van de marine probeerden het anker te lichten maar de Flipper-Delta verroerde, zoals het hoorde, voor geen van zijn beide vinnen. De ankerketting werd tenslotte doorgebrand en het schip werd naar IJmuiden en dan naar de entrepothaven van de douane in Amsterdam gesleept waar het op een redelijke afstand van de kaai aan de ketting werd gelegd. De inbeslagname was gebeurd in opdracht van een overijverige ambtenaar.

Daarna spande de eigenaar van het zendschip, de Panamese vennootschap Panlieve sa, bij monde van Meester Maes uit St Niklaas een geding in tegen het rijk der Nederlanden. De zaak werd jaren later beslecht in het voordeel van de zeezender en de geldschieters kregen het schip terug. Maar de tijden waren veranderd en de zeezenders hadden hun rol vervuld doch economisch was er voor hen geen plaats meer. De Magda Maria stierf een roemloos einde toen ze op een sloperswerf in Brugge werd afgebroken tot schroot.